Marleen Moors

Het werk van cultureel-antropoloog Ernest Becker: deel IV (2013)

Het werk van Ernest Becker biedt een grote rijkdom voor andere disciplines dan de culturele antropologie. Er zijn meerdere filosofen, sociologen en cultureel antropologen die zijn idee -dat de mens de dood verdringt en dat dat in een symbolische orde in de samenleving terugkeert- verdedigen en in hun werk verwerken. Voorbeelden zijn sociaal psychiater Robert Jay Lifton (“Living and Dying”, 1974), John N. Gray (“Straw Dogs”, 2001) Zygmunt Bauman (“Mortality, Immortality and Other Life Strategies”, 1992), Peter Berger and Thomas Luckmann (“The Social Construction of Reality”, 1964) en Alfred Schütz, die zich als sociaal fenomenoloog in de jaren ’50 en ‘60 afvroeg in welke mate de “natuurlijke houding” doortrokken was van een fundamentele doodsangst en in hoeverre onze intentionaliteit naar de objecten toe in het dagelijks leven beinvloed en/of aangestuurd worden door fundamentele angst.

Schütz zegt bijvoorbeeld:”

...[W]e want to state that the whole system of relevances which governs us within the natural attitude is founded upon the basic experience of each of us: I know that I shall die and I fear to die. The basic experience we suggest calling fundamental anxiety. It is the primordial anticipation from which all the others originate. From the fundamental anxiety spring the many interrelated systems of hopes and fears, of wants and satisfactions, of chances and risks which incite man within the natural attitude to attempt the mastery of the world, to overcome obstacles, to draft projects, and to realize them.”(Alfred Schütz, “ Symbol, Reality, and Society” in Collected Works Vol. I, p. 228)

Om samen te vatten, volgens Schütz is fundamentele angst van invloed op de natuurlijke houding van de mens en op de instandhouding ervan.

De epochè van de natuurlijke houding (waarbij we de natuurlijke houding tussen haakjes zetten) zou een analyse van doodsangst moeten bevatten, of tenminste de vraag moeten stellen of en in welke mate fundamentele angst een a priori is die de totstandkoming van de natuurlijke houding beïnvloedt en of deze angst niet in acht genomen moet worden bij het uitvoeren van de epoche van de natuurlijke houding. Dit onder invloed van de ideeën van Becker, die er van overtuigd is dat doodsangst de motivator is van menselijk gedrag (al doet hij er geen fenomenologisch onderzoek naar). We moeten binnen de filosofie (en de fenomenologie) de impact van een stil bewustzijn over onze eindigheid onder de loep nemen; dit zou binnen een fenomenologisch kader onderzocht kunnen worden.