Marleen Moors

Ontologische veiligheid en angst (2014)

Het Griekse woord “ontos” betekent “zijn”, een woord dat onnoembaar vaak in ons dagelijks taalgebruik voorkomt. Ontologische veiligheid verwijst naar het veilig voelen met jezelf in de wereld waarin je leeft; voor een ontologisch veilig mens voelt “er-zijn” veilig en vertrouwd aan. Men gaat als het ware op in de omgeving en niets voelt echt als bedreigend aan. Een ontologisch zeker mens heeft zelfvertrouwen, voelt zich verbonden met de mensen om zich heen, ervaart stabiele emoties en is in staat om chaos en angst psychisch op afstand te houden.

Deze zekerheid wordt vaak pas in twijfel gebracht bij een confrontatie met de dood, bij een plotselinge schok of een groot verlies. Dan blijkt het leven, “er-zijn”, helemaal niet zo veilig en vanzelfsprekend te zijn. Anthony Giddens -directeur van de London School of Economics and Political Science- stelt in zijn boek “Modernity and Self-identity” (1991) dat wij vanuit onze natuurlijke houding dagelijks uitgaan van de veiligheid van onze omgeving en de betrouwbaarheid van mensen om ons heen. In de samenleving delen wij een consensus over wat waar is en wat niet, wat acceptabel gedrag is en wat niet en wat moreel en waardig is en wat niet. Deze consensus helpt ons pseudo-veiligheid te creëren om zo collectieve onderliggende angsten over de onzekerheid van het bestaan verdrongen te houden. Maar deze natuurlijke houding is natuurlijk uiterst fragiel omdat het leven an sich onvoorspelbaar is.  Giddens:

” The natural attitude brackets out questions about ourselves, others and the object-world which have to be taken for granted in order to keep on with everyday activity…To live our lives, we normally take for granted issues which…include those quite properly called existential, whether posed on the level op psychological analysis, or on a more practical level by individuals passing through a period of psychological crisis. “

We nemen existentiële zaken in het dagelijks leven als vanzelfsprekend aan totdat er een verandering plaatsvindt  van omgeving, of dit nu een letterlijke verandering is (verhuizing, andere baan, nieuwe partner) of een figuurlijke (emotionele schok, nieuwe inzichten, gevoelens van melancholie en verlies of cultuurschok door in een andere omgeving te gaan wonen).

Het praktische bewustzijn dat zich richt op het dagelijks leven en de drukte van alledag houdt angsten en zorgen in bedwang onder het mom van sociale stabiliteit. Maar angsten maken deel uit van het menselijk bestaan en laten zich niet gemakkelijk verdringen. Bestaansangsten die weggestopt worden komen op een andere manier naar de oppervlakte: als fobieën, obsessies en “bang zijn voor iets”. Angstig zijn en bang zijn voor iets zijn niet hetzelfde. Je bent bang voor een object, een ding, een gedachte of mens. Angst is ontologisch, dat wil zeggen dat het in je vlees zit, in je zijn. Het is een diep ervaren van de onveiligheid van je eigen bestaan, wat in stilte altijd aanwezig is. Voor angst zijn er vaak geen woorden. Obsessies zijn vaak angsten geprojecteerd op objecten of dingen om zo de angst voor de eigen sterfelijkheid en kwetsbaarheid hanteerbaar te maken.

Als de mens vrij wil zijn of zich zo wil voelen, is het belangrijk dat hij begrijpt hoe angst zich in zijn leven manifesteert, en dat de ontologische veiligheid die ervaren wordt voorwaardelijk is en afhankelijk van omstandigheden die veranderbaar zijn. Open blijven staan ten opzichte van de eigen angst geeft de mens de mogelijkheid in te zien hoe hij zijn eigen angst gebruikt om het leven met al haar risico’s te vermijden.

Meestal luisteren we naar onze angsten en volgens we haar blindelings waardoor we eigenlijk kleiner worden dan we zijn of ons kleiner gedragen dan dat we zijn. Angst houdt ons als het ware in haar greep. Nu kunnen we nooit helemaal los komen van onze angst, juist omdat angst ook bij ons zijn hoort, we zijn nu eenmaal sterfelijk, en dat weten we. Maar toch is angst hanteerbaar wanneer we onszelf beter proberen te begrijpen en kijken hoe we reageren op angst en hoe het zich in ons leven manifesteert.

Wat we kunnen doen is luisteren naar onze angst en wat deze ons zegt. Giddens stelt ook dat wij vaak niet eens beseffen dat veel zaken waar wij emotioneel moeite mee hebben in essentie existentieel zijn, d.w.z. betrekking hebben op de zin van ons bestaan. Problemen enkel psychologisch analyseren raakt de diepte van het eigen bestaan niet altijd omdat het rationeel begrijpen van het eigen gedrag een manier kan zijn om diepere gevoelens te vermijden: het ervaren van de eigen bestaansangst, rouw of verdriet. Rationaliseren kan dan fungeren als een manier om angstige gevoelens op afstand te houden, om ze onder controle te krijgen en in een hokje te plaatsen.

Het dieper kijken naar en voelen van de dieper liggende angsten die mee kunnen spelen in een crisis is erg belangrijk. Met name angst voor de dood en voor zinloosheid is bij veel mensen een beweegreden waarom ze een veilig bestaan leiden, terwijl ze eigenlijk verlangen naar meer diepgang en uitdaging, maar niet weten waar ze moeten beginnen in deze zoektocht. Weglopen voor de eigen sterfelijkheid is juist niet altijd de manier om rijker te leven; soms is het erkennen van de eigen angst voor de dood en het begrijpen hoe deze zich manifesteert in het eigen leven de manier om meer persoonlijke vrijheid te ervaren, omdat inzicht in de eigen verdedigingsmechanismen echt zelfinzicht is.