Marleen Moors

Omgaan met kanker: wat betekent deze ziekte voor mij? (2015)

Dagblad Trouw publiceerde op 15 oktober 2015 (1) een open brief van een moeder van wie de beste vriendin van haar dochter op 16-jarige leeftijd werd gediagnosticeerd met kanker met uitzaaiingen. Uit deze brief blijkt de totale verbijstering en schok van moeder en dochter. Het gevoel van onrecht dat een jong meisje geconfronteerd wordt met kanker speelt hierbij parten, maar meer nog is het de schok dat kanker plotseling en indirect in het leven van haar en haar dochter terecht komt. Het had immers ook háár dochter kunnen zijn.

Schok

Het is juist de onvoorspelbaarheid en het plotselinge element van de diagnose die vaak een emotionele schok veroorzaken bij patiënten. In een eerste confrontatie met kanker vindt de emotionele schok plaats doordat basisbehoeften zoals veiligheid en zekerheid worden aangetast. Maar ook door de onvoorspelbaarheid van de behandeling en het ziekteproces (2). (2) Het wereldbeeld dat het leven voorspelbaar, veilig en goed is aangetast (3). Hierbij is het heel normaal dat je onzekerheid, angst en andere psychische reacties ervaart. De draagkracht om hiermee om te gaan is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de leeftijd en persoonlijkheid van de patiënt, de manier waarop iemand met problemen en stress omgaat (coping-strategieën), de kwaliteit van het sociale netwerk en eerdere schokkende levenservaringen(4). Geconfronteerd met een ernstige ziekte gaan mensen vaak op zoek naar zekerheden. Je wenst antwoord op levensvragen die direct betrekking hebben op de eigen identiteit, leefwereld, zingeving en levensdoelen. Vragen naar de zin van het leven (waar leef ik voor?), het waarom van de ziekte (waarom overkomt mij dit?) en hoe om te gaan met de onzekerheid van het ziekteproces (wat zal er gaan gebeuren?) treden dan naar de voorgrond.

Zinvol leven

Kanker dwingt veel mensen tot het opnieuw zoeken van een balans in je leven. Een zoektocht naar verschuivende normen en waarden, levensdoelen en wat als belangrijk wordt beschouwd in het eigen leven. Toch ervaart niet iedereen met kanker de ziekte als een zware levensopdracht. Wat voor de één als zeer schokkend wordt ervaren, is voor de ander een uitdaging om opnieuw richting te geven aan zijn leven. Iemand die zich existentieel goed voelt, is tevreden met de zin van zijn of haar leven. Diegene ervaart waardevolle doelen om voor te leven. Uit onderzoek blijkt dat patiënten met kanker met een hoger existentieel welzijn minder emotionele stress en een betere kwaliteit van leven ervaren dan patiënten die dit niet hebben (5). Tevens blijkt dat patiënten die hun leven als zinvol beschouwen zich beter aanpassen, een betere kwaliteit van leven hebben en psychologisch beter functioneren (6). De ervaring van het hebben van kanker, met name in vergevorderde stadia, kan in enkele gevallen iemands spirituele geloofsovertuigingen vergroten. (5) Voor anderen daagt de ziekte uit tot reflectie op zichzelf, de ander en de wereld. Het stimuleert de zoektocht naar zingeving (5).

Zingevingstherapie

Verwaarlozing van existentiële thema’s zoals onzekerheid, een gebrek aan betekenisgeving en angst voor de dood, kunnen vergaande gevolgen hebben. Denk aan eenzaamheid, problemen in de relatie met familie en vrienden, en verlies van genot van de kleine dingen des levens. Een angst die veel voorkomt bij ver ontwikkelde stadia van kanker is de angst te ‘verdwijnen’. Dit is niet zozeer de angst er niet meer te zijn, maar de angst om niet betekenisvol meer te zijn. Het vinden van betekenis van het eigen leven en van kanker binnen je eigen levensgeschiedenis is een belangrijke stap om existentieel welzijn te vergroten. De centrale vraag die hierbij een rol speelt is: wat betekent het voor mij om te leven, ook als ik een ernstige ziekte heb? Wie ben ik met deze ziekte? Ik pleit daarom ook voor meer aandacht voor zingevingstherapieën voor kankerpatiënten in Nederland.

MMS Moors, VieCuri MC

Bronnen

1. Nieuwsbericht Telegraaf
2. Pool, G. (2009) “Kanker, een existentiële opgave.” In: Psychologische patiëntenzorg in de oncologie. Handboek voor de professional. (Red. De Haes et al.) Assen: Van Gorcum.
3. Beder, J. (2005) Loss of the assumptive world: how we deal with death and loss. Omega: Vol. 504) 255-265
4. De Jong, C. et al. (2009) “Diagnostiek en behandelplan.” In: Psychologische patiëntenzorg in de oncologie. Handboek voor de professional. (Red. De Haes et al.) Assen: Van Gorcum.
5. Ownsworth, T. (2015) “Existential well-being and meaning making in the context of primary brain tumor: conceptualization and implications for intervention.” Frontiers in Oncology, April 27, 2015
 (6) Spek, N. et al (2014) “Meaning-centered group psychotherapy in cancer survivors: a feasibility study.” Psycho-oncology.