Marleen Moors

Het werk van cultureel-antropoloog Ernest Becker: deel II (2013)

 

II. Het symbolische onsterfelijkheidsprincipe (Symbolic immortality)

 

Voorheen zagen wij dat Becker met twee fundamentele principes werkt: symbolische onsterfelijkheid en het self-esteem principe. 

 

Volgens Becker zoeken gezonde mensen voortdurend naar continuïteit van leven (onsterfelijkheid) via het symbolische. Het geloof in onsterfelijkheid is dan ook een universele respons op een fundamentale doodsangst. Dit komt tot uiting in de mentale ontwikkeling van onsterfelijkheidsstructuren waarbij men voor zichzelf de illusie wekt (een noodzakelijke illusie desalniettemin) dat men -het eigen zelfbeeld- blijft voortbestaan na de dood. Dit vindt niet enkel plaats door middel van geloof in bijvoorbeeld een hiernamaals (religieuze onsterfelijkheidssymboliek) maar heeft verschillende uitingen, zoals het krijgen van nageslacht (doorgeven van DNA), het nalaten van geschriften, verlangen naar beroemdheid of het schrijven van een meesterwerk, zich aanpassen aan de consensus van de dag om het gevoel te krijgen dat men opgaat in het geheel (cultuur), veiligheid zoeken bij familie (tot de familielijn horen), nationalistisch zijn (bij een lange traditie horen die ook na mijn dood blijft voortbestaan), klimmen op de maatschappelijke ladder (dan word ik herinnerd na mijn dood en besta ik dus voort e.d.). Becker maakt dus een onderscheid tussen twee soorten onsterfelijkheidsstructuren: letterlijke onsterfelijkheid (hiernamaals, hemel of reïncarnatie) en symbolische onsterfelijkheid (zoals beroemdheid, maatschappelijke status, behoren tot een traditie die voortduurt, het verspreiden van DNA via nageslacht e.d.). 

 

We kunnen sterfelijkheidssymboliek ook onderscheiden onder de volgende noemers:

 

1. Biologisch symbolisme

2. Creatief symbolisme

3. Transcendentaal symbolisme

4. Natuurlijk symbolisme

 5. Experiëntieel symbolisme

 

Biologisch symbolisme houdt in het hebben van nageslacht en het doorgeven van familienaam e.d. Het is het letterlijk onsterfelijk worden door de verspreiding van genen (en DNA) en het doorgeven van de familienaam. 

 

Creatief symbolisme refereert aan geschreven nalatenschap, kunst, literatuur, kennis. Door een meesterwerk te schrijven en mij bij de namen der groten te voegen is onsterfelijkheid verzekerd. 

 

Transcendentaal symbolisme verwijst naar het geloven in een hiernamaals, reincarnatie, leven na de dood. Het is de overtuiging dat men letterlijke onsterfelijkheid vindt door naar de hemel te gaan, of door te blijven in de cirkel van leven en dood. (Samsara)

 

Natuurlijk symbolisme verwijst naar het opgaan in de natuur na het overlijden (organische eenheid met universum en natuurcycli) waardoor men weer één wordt met de bron of met Moeder Natuur.

 

Experiëntieel symbolisme verwijst naar het opgaan in verschillende bewustzijnsniveaus (mystiek, hallucinatie, Sehnsucht, verlichting ) waardoor men zingeving vindt in een werkelijkheid buiten ons materiële bestaan om.

 

Deze vijf manieren van symbolische transcendentie verzekeren ons dat we een psychisch gebalanceerd, gezond leven kunnen leiden ondanks onze doodsangst, omdat ze doodsangst compenseren met symbolische onsterfelijkheid.

 

Voor Becker is de repressie van doodsangst de ultieme (onbewuste) motivator voor menselijk handelen. Dit geldt niet enkel voor het individu, maar voor een hele samenleving. In de publieke sfeer blijft de repressie van de dood gehandhaafd omdat onsterfelijkheidssymboliek de hele leefwereld doordringt. Het gaat zo ver dat het onze taal doordringt, en de narratieven die we over onszelf en anderen vertellen zijn volgens Becker dan ook illusies om de psychische status quo te behouden.

 

Becker :

 

“The world of human aspiration is largely fictitious and if we do not understand this we understand nothing about man. It is a largely symbolic creation by an ego-controlled animal that permits action in a psychological world, a symbolic-behavioral world removed from the bound-ness of the present moment, from the immediate stimuli which enslave all lower organisms. Man's freedom is a fabricated freedom, and he pays a price for it. He must at all times defend the utter fragility of his delicately constituted fiction, deny its artificiality.” (Becker, 1971: 139)

 

Via cultuur kan het individu zichzelf onsterfelijk wanen en zijn animalitas tot in diepe mate ontkennen. Maar, zoals Becker al zegt,  de repressie moet voortdurend in stand gehouden worden omdat de realiteit van de sterfelijkheid -het toelaten van de angst- psychisch onverwerkbaar zou zijn en tot een psychose zou leiden (afbraak van geestelijke balans). De “geestelijk gezonde mens” zoals wij die kennen in de hedendaagse gezondheidszorg is niet zozeer de mens die zich bewust is van zijn eigen sterfelijkheid en het beste met de eigen sterfelijkheid kan omgaan, maar het is de meest aangepaste mens die zijn eindigheid goed verdrongen weet te houden. Het aangepaste inauthentieke individu, om even een Heideggeriaanse term te gebruiken, is zo verstrengeld met de alledaagse wereld dat dit individu de realiteit van de eigen sterfelijkheid op afstand kan houden. De omgeving verleent zich daar ook voor omdat de hele samenleving is doortrokken van onsterfelijkheidssymbolen. Wat Becker boeiend maakt is dat de meest aangepaste persoon volgens hem niet noodzakelijk de meest gezonde persoon is, want deze is enkel "gezond" (volgens de consensus) omdat deze de repressie het beste verdrongen houdt d.m.v. aanpassing aan de consensus;  de neuroot, daarentegen, is degene die de waarheid over de eigen sterfelijkheid haarfijn aanvoelt en dat maar met moeite verdrongen kan houden. De neuroot weet teveel op intuïtief niveau en lijdt daardoor aan deze angst, waardoor deze vaak maatschappelijk ook niet het beste functioneert.

 

Het oneindighheidsprincipe stelt dus dat ieder individu onsterfelijkheid zoekt en zich identificeert met een ideologie van zelf-expressie waarvan hij denkt dat het hem onsterfelijk maakt. (Rank, 1945, 1958, 1961). Om zijn eindigheid te ontkennen creëert de mens normen, waarden, rituelen en bureaucratieën om het leven orde en structuur te geven. Het inauthentieke individu volgt de rituelen van de samenleving blind op omdat hij de ego-bevrediging zoekt dat hij veilig is. (En dat kan o.a. binnen instituten waar er regels heersen). De neuroot weet dat hij niet veilig is. 

 

Volgens Becker (1971b: 185), is het individu:

“ Part of an objectified structure, an ant doing his small part reflexively in a huge anthill of delegated power and authority. He follows orders, keeps his nose clean, and gets whatever satisfactions his character structure has equipped him to seek. And so the best and most "natural" intentions work the great historical evil that we have seen in our times. “

 

© Marleen Moors, 2013