Marleen Moors

Filosofische aspecten van depressie

Volgens de statistieken valt Nederland in de top van de depressiefste landen van Europa. In 2007 leden 545.100 mensen in Nederland aan een depressie. (Bron: www.nationaalkompas.nl) Nu kan men depressie vanuit verschillende wetenschappelijke benaderingen belichten, zo ook vanuit de existentiële hoek.

Over het algemeen kan men zeggen dat depressie heden ten dage behandeld wordt vanuit een bio-psychiatrisch model. Dit houdt in dat depressie als fenomeen causaal gerelateerd wordt aan specifieke hersenprocessen.  Het biologisch psychiatrisch model gaat er van uit dat bij de meeste psychiatrische ziekten een biologische pathologie aan ten grondslag ligt.

Vanuit de levensfilosofie bekeken is het bio-psychiatrisch model gegrond in een medico-wetenschappelijk model van het mens-zijn, waar men de biologie van de mens als zijn of haar essentie beschouwt. Nu is er an sich niets mis met het bio-psychiatrisch model, maar de dominantie van dit model -ten kosten van andere modellen en zienswijzen- in de hedendaagse psychiatrie is iets dat nader bekeken moet worden. Kan depressie gereduceerd worden tot een collectie van behandelbare symptomen? En zouden sommige patiënten niet ook baat hebben bij een existentiële benadering van hun klachten, ter aanvulling van hun medische behandeling?

In de context van het bio-psychiatrisch model wordt een depressie gezien als een fysieke hersenaandoening die behandeld kan worden met een combinatie van medicatie en therapie. Daarbij blijft de groeiende neiging om de mens te begrijpen vanuit materialistisch perspectief –waarbij gevoelens, verlangens, pijn en percepties geen bestaan hebben buiten neurologische oorzaken en processen- een algemeen geaccepteerde presuppositie. Vanuit de geneeskunde beschouwd is dit correct en voor veel mensen met klinische depressie is een curatieve, medische behandeling noodzaak. Toch zijn er ook mensen die baat hebben bij een existentiële analyse van hun depressieve gevoelens. Voor sommigen zijn de depressieve episodes existentieel van aard, en loopt men tegen grenssituaties aan zoals angst voor de dood, verlies van zingeving en innerlijke verwarring wat betreft het eigen levensdoel. Als men daarvoor geen “oplossing” of uitweg weet te vinden die wat betreft zingevingssymboliek waarde geeft, dan kan men in een depressie geraken.

Omdat er binnen het medisch-wetenschappelijk model een verborgen filosofische vraag impliciet beantwoord wordt (Wat is de mens? Antwoord: een bio-fysiek wezen), is het medisch-wetenschappelijke model eigenlijk het gangbare paradigma in de hedendaagse gezondheidszorg geworden. De vraag hoe wij zijn en hoe wij in de wereld staan als eindige wezens en hoe dit zich verhoudt tot  bijvoorbeeld depressieve episodes wordt helaas niet (vaak) gesteld. Existentiefilosofie, filosofie die gericht is op het leven zelf en niet zozeer op het begrijpen van objectieve waarheden, houdt zich specifiek bezig met de vraag hoe wij zijn en hoe we ons leven leiden. Het functioneren van de mens kan niet gereduceerd worden tot symptomen en gedrag alleen omdat de mens een uiterst complex wezen is dat in relatie staat tot zijn/haar eigen beleefde wereld, een wereld die zingeving behoeft.

Een existentiële analyse van de manier waarop het depressieve individu in het leven staat en zich verhoudt tot zijn eigen bestaan is cruciaal om depressie goed te kunnen begrijpen. Soms, maar zeker niet altijd, ontstaan depressies door het verdringen van diep verdriet door trauma of verlies, is er sprake van uitgestelde rouw of vermijdt de cliënt de eigen confrontatie met zijn of haar sterfelijkheid. Soms voelt de cliënt zich diep eenzaam door een gebrek aan intieme emotionele verbanden met anderen waardoor iemand geïsoleerd raakt en langzaam wegzakt.  Soms kan iemand geen aansluiting vinden met de idealen van de samenleving waardoor hij/zij zich geïsoleerd voelt en op zoek is naar een eigen, authentiek pad, wat hij/zij maar niet lijkt te kunnen scheppen. Dit is allemaal verschillend per individu, en afhankelijk van opvoeding, persoonlijke verlangens, levenservaring, vroegere trauma’s, zelfvertrouwen en/of gebrek er aan. Samen diep ingaan op persoonlijke angsten en verlangens kan veel betekenen voor iemand die in een existentiële depressie is geraakt.

Over het algemeen kunnen we stellen dat het leven an sich verlies en verdriet, maar ook vreugde en geluk betreft. De eerste twee worden helaas vaak door de samenleving verdrongen omdat de angst voor leegte en nietigheid voor het individu en het collectief zo moeilijk te accepteren zijn. Omdat depressie zo hecht verbonden is met bestaansvragen is het belangrijk om eens goed te kijken naar de levenservaring van een cliënt, hoe hij of zij zich echt voelt over zijn of haar eigen bestaan en of het doorwerken van deze gevoelens tot meer inzicht over zijn of haar bestaan kan leiden. Depressie wordt dan niet enkel gezien als een klinische “aandoening”, maar als een soort gevoeligheid voor de feiten van de minder gemakkelijke kanten van het bestaan. Melancholie, verdriet en pijn zijn niet noodzakelijk neurotisch, soms zijn het gewoon tekenen dat men voor zichzelf niet op het juiste pad zit, en soms wordt een depressieve periode getypeerd door het inzicht dat -geconfronteerd met de realisatie van de eigen sterfelijkheid-  het leven tot nu toe niet tot het maximum geleefd is.

© Marleen Moors, 2012
 (updated 3 april 2013)